Ik en groene vingers, het is een recent huwelijk. Ik heb, zoals ik al schreef, een serre geërfd van de vorige eigenaar van ons huis. Die staat vol plantjes en groenten en kruiden. En vooral die laatste doen het supergoed. Ik zorg er goed voor, geef ze veel water, en knip ze geregeld bij. Niks zo zalig als koken met je eigen verse kruiden uit de eigen serre.
Ons gras is een ander verhaal. In Rijmenam hadden wij geen gras. Niks. We woonden in het bos en hadden een soort van makkelijke bodembedekkers. Maar nu hebben we wel gras. Veel gras. Voor en ook achter ons huis. Gras groeit, en wij hadden nog geen grasmachine. Er komen twee robotjes die samen de wildgroei kort gaan wieken. Maar die zijn er nog niet.
In afwachting van de komst van die twee vrolijke vrienden, hebben we dan maar willens nillens mee gedaan aan “Maai Mei Niet” en de boel de boel gelaten. Dat is goed voor de natuurlijke diversiteit, en dus ook voor de bloemetjes en de bijtjes. Zegt men. En dat blijkt ook. Onze tuin is een paradijs voor fauna en flora. Niet te doen hoeveel mooie grote vlinders er rondfladderen.
Maar de keerzijde van de medaille ervaren we nu ook. Onze tuin is ook een paradijs voor insecten, zo blijkt. En sinds enkele dagen is een leger vliegende mieren neergestreken. En die rotzaken slagen er in om door de kieren in onze oude ramen en deuren ook ons huis binnen te dringen. Ik schrok me rot toen ik vrijdagochtend in onze gang kwam om naar het werk te vertrekken. Tientallen van die rotzakken lagen op de vloer en op de vensterbanken.
Het zal wel het nadeel, of noem het “een nevenverschijnsel” zijn van wonen in een grote (en op dit moment wilde) tuin zeker? In Barcelona, in de stad, hebben wij nooit last van insecten. Geen vlieg, geen mugje, geen mier kruipt of vliegt daar ons flatje binnen. Maar is dat goed nieuws? Of zegt dat vooral dat er daar midden in de stad nauwelijks natuurlijke diversiteit aanwezig is? Wellicht wel he.
In elk geval: met het niet (laten) maaien van ons gras de voorbije maanden, heb ik waarschijnlijk de deur wijd opengezet voor een legertje opdringerige gasten met vleugels en pootjes. Als er iemand een slim trucje kent om die rotzakken toch buiten te houden, of op een natuurlijke manier toch te verdelgen, laat maar komen!!!
Zodra de zomer echt losbarst en de zon hier in Barcelona overuren draait, ben ik he-le-maal zot van watermeloen. Er is op een warme, klamme namiddag simpelweg niets verfrissender dan een ijskoude, felrode en knapperige punt van deze vrucht … Lees meer
Ik mag dan misschien geen sterrenchef zijn, maar als het op koken aankomt, mag je gerust stellen dat ik wéét waar ik de mosterd haal. Letterlijk en figuurlijk … Lees meer
Als Belgen trekken we voor een weekendje weg bij onze Noorderburen vaak automatisch naar Zeeland, Maastricht of Amsterdam. Maar wie iets verder kijkt, ontdekt Flevoland: de jongste provincie van Nederland, letterlijk opgetrokken uit de voormalige Zuiderzee … Lees meer
Het één voor één snijden van kerstomaatjes is een tijdrovend klusje, maar met deze truc ben je zo klaar. Leg de tomaten op een plat bord en plaats er een tweede bord (of deksel) stevig bovenop … Lees meer
Vandaag vieren we Avocado Day, de dag waarop de halve wereld collectief begint te applaudisseren voor de immens populaire groene vrucht. Maar ik ga even heel eerlijk zijn, en misschien trap ik daarmee op wat culinaire teentjes: ik snap die gigantische hype dus écht niet … Lees meer
Op 29 juli is het National Chicken Wing Day. In Amerika is dit een culinaire feestdag van formaat waar tijdens sportwedstrijden letterlijk miljarden vleugeltjes worden verorberd … Lees meer
In de hippe culinaire wereld wordt vaak geroepen dat enkel donkere, bittere chocolade met minstens 70% cacao (en liefst nog een beetje meer) het label ‘echte chocolade’ verdient … Lees meer
Wie ooit in San Sebastián of Bilbao is geweest, weet hoe magisch de Baskische pintxos-cultuur is. Barren die uitpuilen met de meest indrukwekkende, kleurrijke hapjes op de toog, allemaal vastgepind op een schijfje knapperig stokbrood met een houten prikker … Lees meer