Bij mijn mama en papa in Knesselare was er vroeger altijd charcuterie in huis voor bij de boterhammetjes. Een paar sneetjes jonge of belegen kaas, wat gekookte hesp, nu en dan een schelleke rauwe hesp, en heel vaak ook salami. Dat hoorde er gewoon bij. Als kind vond ik dat heerlijk: een witte boterham, wat boter zelfs, en daar dan een schelleke salami erop. Dat gaf zo’n typische geur en smaak die je meteen deed denken aan gezellig tafelen of een snel vieruurtje na school.
Vandaag ligt er bij mij minder vaak salami in de koelkast. Niet omdat ik het niet meer lekker vind, integendeel zelfs, maar omdat ik er toch een stukje bewuster mee omga. Af en toe haal ik bij de slager nog eens een pittige pepersalami, en dat blijft voor mij puur genieten. Toch is het geen dagelijkse gewoonte meer, en daar zijn goede redenen voor …
Zeven september is officieel “De Dag van de Salami” is, en dat vond ik een mooie aanleiding om even te onderzoeken hoe gezond of ongezond salami nu eigenlijk echt is. Salami is natuurlijk bewerkte vleeswaar. Het wordt gemaakt van varkens- of rundsvlees, gemengd met vet, zout, kruiden en vaak ook conserveringsmiddelen. Daardoor zit er heel wat smaak in en krijg je er ook een portie eiwitten mee binnen. Maar tegelijk bevat het vrij veel verzadigd vet en behoorlijk wat zout, en net dat maakt dat je er beter niet te royaal mee omspringt. Salami valt bovendien in de categorie ultrabewerkte voeding, en daarvan weten we intussen dat je ze best met mate eet.
Ter illustratie: gemiddeld levert 100 gram salami zo’n 350 à 400 kilocalorieën op, 20 tot 25 gram vet waarvan bijna de helft verzadigd, 20 tot 22 gram eiwitten en tot wel 2 gram zout. Dat maakt het enerzijds een stevige bron van energie en proteïnen, maar anderzijds ook iets waar je toch niet elke dag te veel van wilt eten.
De conclusie is eigenlijk eenvoudig: een schelleke salami kan absoluut geen kwaad, zeker niet als je ervan geniet en het je even terugbrengt naar die nostalgische momenten van vroeger. Maar het is geen product dat je dagelijks op tafel hoeft te zetten. Voor mij blijft het een lekkernij die ik af en toe koop, en dan smaakt het des te beter. Een bruine boterham met mosterd en salami blijft immers iets waar ik altijd gelukkig van word.
Blijkbaar is het deze donderdag 11 februari Fat Thursday. Ik zag de term op allerlei sites voorbijflitsen en vroeg me oprecht af wat dat precies te betekenen heeft … Lees meer
Frozen yoghurt, oftewel ‘froyo’, brak in de jaren 70 door in de Verenigde Staten als het hippe alternatief voor roomijs. De basis is geen room, maar yoghurt, en dat merk je meteen aan de smaak: het is frisser, een tikkeltje zuurder en minder zwaar op de maag dan traditioneel ijs … Lees meer
Als ik aan wortelcake denk, dwaal ik meteen af naar de gezellige koffiebars in New York. Zo’n dikke punt carrot cake met een stevige laag frosting, geserveerd op een papieren bordje met een goede kop koffie erbij … Lees meer
Ik ben een enorme liefhebber van fruit. Bijna alles gaat erin, behalve pompelmoes; die bittere smaak is minder mijn ding. Toch is er nog een fruitsoort die ik zelden in mijn mandje leg bij de fruitboer: de kiwi … Lees meer
We horen het vaak: pure chocolade is ‘gezond’, terwijl melk en wit dat veel minder zouden zijn. Maar wat is daar nu wetenschappelijk van aan? Als liefhebber van het goede leven – en geloof me, ik overdrijf zelden, maar ik lust álle chocolade – ben ik toch maar eens in de pure feiten gedoken … Lees meer
Als er één pastagerecht is dat symbool staat voor luxe eenvoud, dan is het wel Fettuccine Alfredo. Het is een absolute klassieker die bekendstaat om zijn zijdezachte, romige saus … Lees meer
Soms sta je er even bij stil: er zijn van die dingen die je als kind elke dag at of dronk, maar waar je op latere leeftijd bijna volledig vanaf bent gestapt … Lees meer
“Spaghetti hoort altijd met tomatensaus”Nee! Spaghetti kan net zo goed met olijfolie, knoflook, zeevruchten, kaas of groenten worden gegeten … Lees meer